Uitspraak
200200118/1heeft geoordeeld, is de gehanteerde methode, waarbij de oorspronkelijke alfabetische volgorde in zekere zin een rol blijft spelen, voldoende willekeurig in de zin van de Regeling. In de wetsgeschiedenis en in de toelichting op de Regeling zijn geen aanknopingspunten te vinden op grond waarvan moet worden aangenomen dat de regelgever aan het lotingsysteem verdergaande eisen beoogde te stellen. Hoewel er andere lotingmethoden denkbaar zijn, zoals ook blijkt uit de door appellante beschreven simulatie, die de door appellante voorgestane willekeur in wiskundige zin benaderen, kan niet worden staande gehouden dat het door de IBG gehanteerde systeem niet aan het in de Regeling gestelde vereiste voldoet. Dat de IBG een lijst met volgnummers, wat daar ook van zij, eerst ter zitting heeft overgelegd, maakt dit niet anders.