ECLI:NL:RVS:2005:AT6976
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadere voorschriften toezicht badinrichting Thermaalbad Arcen
Het college van gedeputeerde staten van Limburg heeft op 15 juli 2003 nadere voorschriften gegeven aan Thermaalbad Arcen B.V. betreffende het toezicht in de badinrichting. Na een ongeval en controles concludeerde het college dat de bestaande norm onvoldoende duidelijk was en stelde het nadere voorschriften op basis van haar bevoegdheid uit de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz).
Thermaalbad Arcen stelde bezwaar in tegen deze voorschriften, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Maastricht vernietigde vervolgens het besluit op bezwaar, stellende dat het college onvoldoende concreet onderzoek had gedaan naar de noodzaak van de voorschriften voor deze specifieke badinrichting, in strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State oordeelt echter dat het college een beperkte maar geldige bevoegdheid heeft om nadere voorschriften te geven die de algemene normen concretiseren, ook zonder specifiek incident in die inrichting. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van Thermaalbad Arcen ongegrond. Tevens oordeelt de Raad dat de termijnregeling in het besluit voldoet aan de wettelijke eisen.
Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak bevestigt dat het college bevoegd is tot het stellen van nadere voorschriften ter bevordering van hygiëne en veiligheid in badinrichtingen binnen haar provincie.
Uitkomst: Het beroep van Thermaalbad Arcen wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college tot het stellen van nadere voorschriften blijft in stand.