ECLI:NL:RVS:2005:AT6980
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor verwijdering ondergrondse tanks wegens onjuiste eigendomsaanduiding
Bij besluit van 30 september 2003 legde het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan Kuwait Petroleum een last onder dwangsom op voor het niet verwijderen van drie ondergrondse tanks op een perceel te Hulst. De dwangsom bedroeg €3.500 per tank per week, met een maximum van €30.000 per tank. Appellante voerde aan dat het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 niet op haar van toepassing was en dat zij geen eigenaar meer was van de tanks.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het Besluit wel van toepassing was, omdat vanaf 1993 geen andere milieuvoorschriften golden voor het perceel. De kern van het geschil betrof de vraag wie eigenaar was van de tanks. De Raad oordeelde dat de tanks duurzaam met de grond waren verenigd, gelet op hun aard, inrichting en de langdurige bruikleenovereenkomst. Hierdoor viel de eigendom van de tanks onder de eigenaar van het perceel.
Omdat alleen de eigenaar als overtreder kan worden aangesproken, was het dwangsombesluit ten onrechte aan appellante gericht. De Raad vernietigde het besluit en herroept het dwangsombesluit. Tevens werd het college van B&W van Hulst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het dwangsombesluit tegen Kuwait Petroleum wordt vernietigd en herroepen omdat zij niet de eigenaar van de ondergrondse tanks is.