Uitspraak
200206822/1(AB 2004, 190), mag een vóór die datum genomen besluit het voldoen aan de dan geldende grenswaarden voor de concentratie van zwevende deeltjes niet in gevaar brengen.
Raad van State
Bij besluit van 2 april 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een vergunning voor het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van bulkgoederen. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij zij onder meer stelden dat de vergunning onvoldoende was gemotiveerd en dat milieuregels niet werden nageleefd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep van appellanten sub 1 deels niet-ontvankelijk was omdat bepaalde gronden niet als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. De overige gronden, waaronder onduidelijke voorschriften, risicoanalyse en stofemissie, waren wel ontvankelijk en gegrond. De Afdeling stelde vast dat de vergunning onvoldoende rekening hield met de bescherming van het milieu, met name door onvoldoende motivering van maatregelen tegen stofexplosies, onvolledige toepassing van de Nederlandse Emissierichtlijnen en het niet toetsen aan grenswaarden voor luchtkwaliteit.
De Raad van State vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 1. Het beroep van appellante sub 2 werd ongegrond verklaard. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige milieutoetsing en motivering bij vergunningverlening.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende milieutoetsing en motivering.