ECLI:NL:RVS:2005:AT7401
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor uitbreiding vleeskuikens- en jongveehouderij niet geweigerd wegens stankhinder
Bij besluit van 7 september 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk een vergunning voor het veranderen van een vleeskuikens- en jongveehouderij op een perceel te [plaats]. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde onder meer aan dat de afstand tot een kwetsbaar gebied onvoldoende was en dat onaanvaardbare stankhinder zou ontstaan door de uitbreiding. De Raad van State oordeelde dat appellant niet-ontvankelijk was voor het onderdeel afstand tot het kwetsbaar gebied, omdat hij daartegen geen bedenkingen had ingebracht tijdens de ontwerpbesluitfase.
Voor wat betreft de stankhinder stelde de Raad vast dat de vergunninghouder de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 en de brochure Veehouderij en Hinderwet correct had toegepast. De emissiepunten kwamen niet dichter bij de woningen van derden te liggen en de veestapel wijzigde niet. Er was geen aannemelijk bewijs dat onaanvaardbare stankhinder zou optreden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep voor het overige ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee bleef de vergunning voor de uitbreiding van de veehouderij in stand.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond, waardoor de vergunning voor de uitbreiding van de veehouderij in stand blijft.