ECLI:NL:RVS:2005:AT7407
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning paardenfokkerij wegens lichthinder
Bij besluit van 14 september 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een paardenfokkerij op een perceel in Harderwijk. Deze vergunning werd ter inzage gelegd en hiertegen stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de zitting op 13 mei 2005 trok appellant alle beroepsgronden in behalve die over lichthinder. Verweerder baseerde de voorschriften ter beperking van lichthinder op de richtlijnen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde uit 1999 en 2003, welke overeenstemmen en passend zijn voor het type verlichting.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de voorschriften in redelijkheid voldoende bescherming bieden tegen onaanvaardbare lichthinder. Vrees voor niet-naleving van voorschriften werd niet als grond voor vernietiging gezien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de paardenfokkerij wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende bescherming tegen lichthinder.