ECLI:NL:RVS:2005:AT7412
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor vernieuwen schuur na stormschade in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd heeft appellante de bouwvergunning geweigerd voor het vernieuwen van een schuur op een perceel met de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke/cultuurhistorische en/of abiotische waarden'. Dit besluit werd na bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd. Appellante stelde dat de schuur door een hevige storm op 27 oktober 2002 ernstig beschadigd was en dat het gebouw goed onderhouden was, zodat herbouw als gevolg van een calamiteit mogelijk moest zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een calamiteit moet worden verstaan als een onvermijdelijk, eenmalig onheil buiten de schuld van de aanvrager, en dat geleidelijk verval niet als calamiteit geldt. Uit de stukken bleek dat de schuur slechts beperkte stormschade had aan het dak en dat de constructie niet volledig vernieuwd hoefde te worden. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de schuur goed onderhouden was.
Daarom was artikel 23 van Pro het bestemmingsplan, dat herbouw na calamiteit binnen twee jaar toestaat, niet van toepassing. Het bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan en het college moest de vergunning weigeren. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.