ECLI:NL:RVS:2005:AT7418

Raad van State

Datum uitspraak
15 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200408872/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • F.P. Zwart
  • D. Roemers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WROArt. 7:11 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging besluit weigering vrijstelling glastuinbouwbedrijf in Dongen

Appellant, de raad van de gemeente Dongen, weigerde op 17 april 2003 een vrijstelling te verlenen voor de vestiging van een glastuinbouwbedrijf op een perceel in Dongen. Tegen dit besluit maakte wederpartij bezwaar, waarop het college van burgemeester en wethouders op 29 september 2003 besliste, maar deze beslissing werd door de rechtbank Breda op 20 september 2004 vernietigd wegens onbevoegdheid.

De rechtbank oordeelde dat het college niet bevoegd was om te beslissen op het bezwaar omdat de bezwaarprocedure niet kan worden overgedragen aan een ander bestuursorgaan dan dat van het primaire besluit. Appellant stelde zich hiertegen op het standpunt dat het college wel bevoegd was, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen.

Daarnaast gaf de rechtbank aan dat bij de nieuwe beslissing op bezwaar rekening moet worden gehouden met het oude bestemmingsplan en het actuele planologische beleid van gemeente en provincie. De Raad van State bevestigt deze overwegingen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda bevestigd.

Uitspraak

200408872/1.
Datum uitspraak: 15 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de raad van de gemeente Dongen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 september 2004 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats]
en
appellant.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 17 april 2003 heeft appellant geweigerd aan [wederpartij] vrijstelling, als bedoeld in art 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) te verlenen ten behoeve van de vestiging van een glastuinbouwbedrijf op het perceel kadastraal bekend gemeente Dongen, sectie […], nummers […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 29 september 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen (hierna: het college) het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 september 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 1 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 2 november 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 25 november 2004. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 16 december 2004 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 mei 2005, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A.M. van der Aa, ambtenaar der gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. A.M.L. Josten, gemachtigde, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte de beslissing op bezwaar van 29 september 2003 heeft vernietigd op de grond dat deze onbevoegdelijk is genomen.
Dat betoog faalt. Appellant heeft in het besluit tot weigering van de vrijstelling van 17 april 2003 tevens besloten het college, dan wel een door het college aan te wijzen ambtenaar, te machtigen tot afwikkeling namens hem van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Het college heeft vervolgens beslist op het door [wederpartij] ingediende bezwaarschrift. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 6 januari 1997, in zaak no. H01.96.0230 (AB 1997, 86, JB 1997/25 en Gemeentestem 1997, 7053, 4) voorziet de bezwaarprocedure, als neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), niet in de mogelijkheid om het nemen van de beslissing op bezwaar over te dragen aan een ander bestuursorgaan dan het bestuursorgaan dat het primaire besluit heeft genomen. Dit is in strijd met de in artikel 7:11, eerste lid, van de Awb voorgeschreven heroverwegingsplicht. De rechtbank heeft dan ook terecht, zij het op andere gronden, geoordeeld dat de beslissing op bezwaar van 29 september 2003 onbevoegdelijk is genomen en om die reden moet worden vernietigd. Dat het college voorheen op basis van een soortgelijk mandaatbesluit heeft beslist op bezwaren tegen een door appellant genomen primair besluit doet aan het vorenstaande niet af.
2.2.    Met betrekking tot de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak opgenomen inhoudelijke overwegingen overweegt de Afdeling het volgende. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college in het kader van de belangenafweging bij de nieuw te nemen beslissing op bezwaar aandacht moet besteden aan de (ruimere) mogelijkheden die het oude - en thans nog geldende - bestemmingsplan "Buitengebied" biedt voor het ter plaatse vestigen van een glastuinbouwbedrijf. Dit neemt niet weg dat het college in dit verband eveneens betekenis mag toekennen aan het actuele planologische beleid van de gemeente en de provincie. Tevens blijft onverlet de verplichting van de gemeenteraad om, gelet op het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 30 september 2003 tot onthouding van goedkeuring aan het bestemmingsplan "Dongen Buitengebied 1997", (alsnog) een herziening van dit bestemmingsplan vast te stellen.
2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet, met verbetering van gronden, worden bevestigd.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. F.P. Zwart en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Van Roosmalen
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2005
53-422.