ECLI:NL:RVS:2005:AT7424
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij bezwaar tegen uitvoer zeeffractie naar België
Verzoekster wilde 10.000.000 kg zeeffractie uitvoeren naar België met toepassing van de procedure van algemene kennisgeving volgens Verordening 259/93/EEG. Verweerder maakte bezwaar omdat niet gegarandeerd kon worden dat elke overbrenging uit afvalstoffen met dezelfde fysische en chemische eigenschappen bestond, mede vanwege de onderverdeling van cellulose in papier/karton- en houtfractie.
Verzoekster stelde dat cellulose als één fractie moest worden beschouwd en dat gelamineerd hout tot de hout/laminatenfractie gerekend kon worden, waardoor aan het Landelijk afvalbeheerplan 2002-2012 voldaan zou zijn. Verweerder had dit niet gemotiveerd en had bij eerdere kennisgevingen cellulose wel als één fractie beschouwd.
De Voorzitter concludeerde dat verweerder waarschijnlijk bij heroverweging zou concluderen dat aan de vereisten van het LAP werd voldaan. Gezien het belang van verzoekster bij spoedige overbrenging en het ontbreken van zwaarwegende milieuomstandigheden, werd het verzoek tot schorsing van het bezwaarbesluit toegewezen en een voorlopige voorziening getroffen die schriftelijke instemming verleent.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster. De schorsing geldt tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar, met doorloop bij verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het bezwaarbesluit is geschorst en een voorlopige voorziening verleent schriftelijke instemming tot uitvoer van de afvalstoffen.