ECLI:NL:RVS:2005:AT7427
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijstelling en bouwvergunning paardenpension Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 29 november 2002 een vrijstelling voor het oprichten van een paardenpension met bedrijfswoning op een perceel in Breda. Vervolgens werd op 24 januari 2003 een bouwvergunning verleend. Na bezwaarprocedures en een uitspraak van de rechtbank Breda die het besluit deels vernietigde, stelde het college op 7 maart 2005 opnieuw voorwaarden aan de vrijstelling.
Verzoekster, de Milieuvereniging Oosterhout, maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in bij de rechtbank Breda. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep op 21 april 2005 ongegrond. Hiertegen stelde verzoekster bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in, dat op 2 juni 2005 werd behandeld.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de besluiten in het algemeen uitvoerbaar zijn, zeker nu de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de vrijstelling en bouwvergunning in de bodemprocedure zullen worden vernietigd of dat ruimtelijke inpassing onmogelijk is. Gezien de belangenafweging en het ontbreken van spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.E.M. Polak als Voorzitter, in aanwezigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat, op 9 juni 2005.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de vrijstelling en bouwvergunning voor het paardenpension wordt afgewezen.