Uitspraak
200401954/1, geen toepassing worden gegeven indien een zinvol gebruik overeenkomstig het geldende bestemmingsplan objectief bezien nog mogelijk is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Boskoop legde een last onder dwangsom op aan verzoeker om het gebruik van een terrein ten noorden van een spoorweggebied ten behoeve van opslag te staken, omdat dit gebruik strijdig was met het bestemmingsplan "Sierteeltgebied 1967". Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
Het college ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van het terrein inderdaad strijdig was met de bestemming "Spoorwegdoeleinden" en dat het college terecht handhavend optrad. De Afdeling verwierp de toepassing van de zogenaamde toverformule voor vrijstelling, omdat objectief bezien gebruik volgens het bestemmingsplan nog mogelijk was door de nog in gebruik zijnde spoorweg.
Verder oordeelde de Afdeling dat er geen concreet uitzicht op legalisatie was en dat de door verzoeker aangevoerde bijzondere omstandigheden en het vertrouwensbeginsel niet tot afzien van handhaving leidden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.