ECLI:NL:RVS:2005:AT7435
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vergunning wijziging vleeskuiken- en jongveehouderij niet geweigerd wegens stankhinder
Bij besluit van 7 september 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk aan een vergunninghoudster een vergunning verleend voor het veranderen van een vleeskuikens- en jongveehouderij gelegen op een perceel te Maasdonk. Dit besluit is ter inzage gelegd en tegen dit besluit heeft appellant beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. Appellant had geen bedenkingen ingebracht tegen het ontwerpbesluit met betrekking tot de afstand tot het kwetsbaar gebied, en er waren geen omstandigheden die hem konden vrijwaren van deze inbrengplicht. Daarom werd het beroep op dit punt niet-ontvankelijk verklaard.
De inhoudelijke beoordeling richtte zich op de vrees voor onaanvaardbare stankhinder door de uitbreiding van de inrichting. Verweerder had de afstandsbepalingen uit de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 toegepast en voldaan aan de gestelde normen. Appellant maakte onvoldoende aannemelijk dat er sprake zou zijn van onaanvaardbare stankhinder bij derden. De Raad oordeelde dat de vergunning terecht was verleend en dat de vrees voor stankhinder niet gegrond was.
Het beroep werd daarom voor het overige ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard, waardoor de vergunning is gehandhaafd.