ECLI:NL:RVS:2005:AT7439
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroepen tegen besluit ernstige bodemverontreiniging en saneringsplan
Bij besluit van 31 maart 2004 stelde verweerder vast dat sprake was van een ernstig geval van bodemverontreiniging op een perceel te een plaats, en stemde in met het saneringsplan. Appellant sub 1 werd niet als belanghebbende erkend en zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen de afbakening van het verontreinigde gebied, de gekozen saneringsvariant en het saneringstijdstip.
De Raad van State oordeelde dat appellant sub 1 geen persoonlijk belang had bij het besluit, omdat de verontreiniging het perceel van appellant niet zou bereiken door natuurlijke barrières en grondwaterstroming. Verweerder had terecht het bezwaar van appellant sub 1 niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van appellant sub 2 stelde de Raad vast dat het nader bodemonderzoek, ondanks afwijkingen van het protocol, voldoende betrouwbaar was voor besluitvorming. De gekozen saneringsvariant (isoleren, beheersen en controleren) was gerechtvaardigd vanwege locatiespecifieke en financiële omstandigheden, conform het Besluit locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering.
Ook het saneringstijdstip, waarbij met de sanering vóór 2015 moest worden begonnen, was passend binnen de geldende circulaire. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit over bodemverontreiniging en het saneringsplan zijn ongegrond verklaard.