ECLI:NL:RVS:2005:AT7945
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen saneringsplan bodemverontreiniging
Bij besluit van 28 september 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg de ernst en urgentie van bodemverontreiniging op een locatie vastgesteld en ingestemd met een saneringsplan. Verzoeker stelde bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 7 juni 2005 en overwoog dat het verzoek zich uitsluitend richtte op het saneringsbesluit, niet op de bestemmingsplanprocedure. Verzoeker betoogde dat het saneringsplan tot hoogteverschillen zou leiden waardoor schadelijke stoffen naar zijn perceel zouden uitlogen. De Voorzitter stelde vast dat de leeflaag die wordt aangebracht voldoet aan de bodemgebruikswaarden en dat uitloging van gevaarlijke stoffen niet te vrezen is.
Daarnaast werden bezwaren tegen mogelijke afbrokkeling van de leeflaag, schade aan een haag, aantasting van privacy en wateroverlast niet relevant geacht voor het besluit. Gelet op de belangenafweging zag de Voorzitter geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen het saneringsplan wordt afgewezen.