Uitspraak
200206856/2is het besluit van 29 oktober 2002, kenmerk MV 02/03, vernietigd, waarbij aan appellante een revisievergunning was verleend voor de onderhavige inrichting. Bij het bestreden besluit heeft verweerder opnieuw beslist op de door appellante op 23 januari 2002 ingediende vergunningaanvraag. Deze vergunningaanvraag is gewijzigd bij brief van 12 januari 2004 in die zin dat bij de beoordeling van de aanvraag dient te worden uitgegaan van een gietcapaciteit van 3.000 ton bruto per jaar - zijnde 1.600 ton netto afgeleverd product per jaar - in plaats van de eerder aangevraagde en vergunde 1.900 ton netto afgeleverd product per jaar.
200407105/2, (aangehecht) een voorlopige voorziening getroffen. Deze voorlopige voorziening hield - kort gezegd - in dat de inrichting in werking mag zijn overeenkomstig de op 12 januari 2004 gewijzigde aanvraag van 5 oktober 2001, met inachtneming van de brief van 3 november 2004. Ter zitting hebben partijen desgevraagd aangegeven dat deze voorlopige voorziening in grote lijnen voldoet. Voorts hebben zij aangegeven te kunnen instemmen met het vervallen van de voorlopige voorziening op 1 november 2005. Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding tot het, op een in het dictum weergeven wijze, treffen van een voorlopige voorziening.