ECLI:NL:RVS:2005:AT7965
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing energiepremie wegens onbevoegdheid verweerder
Appellant vroeg een energiepremie aan die door verweerder, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, werd afgewezen bij besluit van 26 juni 2003. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvraag betrekking had op premiegrondslagen uit 2001 en 2002, welke belastingmaatregelen betreffen en waarvoor niet verweerder maar de Staatssecretaris van Financiën of een namens hem handelend bestuursorgaan bevoegd is. Verweerder had derhalve onbevoegd beslist.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak werd doorverwezen naar het bevoegde bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard met vergoeding van proceskosten en griffierecht.