ECLI:NL:RVS:2005:AT7980
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijdering oude windmolen in Zeewolde
Het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde legde appellant bij besluit van 27 april 2004 de verplichting op om een oude windmolen op zijn perceel te verwijderen, onder dreiging van een dwangsom. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
Appellant stelde onder meer dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op het mogen behouden van de oude windmolen en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. De Raad van State oordeelde dat de vrijstelling en bouwvergunning voor de nieuwe windmolen onherroepelijk waren en dat de daaraan verbonden voorwaarde tot verwijdering van de oude molen verbindend was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalden omdat appellant geen rechtsmiddelen tegen de vergunning had aangewend en de situaties niet vergelijkbaar waren.
De Raad van State bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op 16 juni 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.