ECLI:NL:RVS:2005:AT7982
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit subsidiebeheer en terugvordering beheerssubsidie landbouwgrond
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen inzake de wijziging en terugvordering van een beheerssubsidie toegekend voor landbouwgronden. De Staatssecretaris had oorspronkelijk een subsidie toegekend voor het tijdvak 2000-2006, welke later door de Minister werd aangepast vanwege afwijkingen in de vastgestelde oppervlakte van beheerseenheden en overtreding van beheersvoorschriften.
De Minister stelde vast dat de werkelijke oppervlakte van de beheerseenheden lager was dan opgegeven en dat in één beheerseenheid tijdens de rustperiode was gemaaid, wat in strijd was met de subsidievoorwaarden. Hierdoor werd een deel van het voorschot teruggevorderd en een voorschot ingehouden. De rechtbank oordeelde dat de Minister terecht was uitgegaan van de door onafhankelijke instanties vastgestelde oppervlakten en dat de voorschotinhouding gerechtvaardigd was.
Appellant voerde onder meer aan dat de oppervlaktebepaling onjuist was en dat de Minister niet eerder dan aan het einde van het tijdvak de gevolgen van het maaien mocht bepalen. De Raad van State verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de gebruikte meetmethoden zorgvuldig en nauwkeurig waren en bevestigde dat de subsidie pas aan het einde van het tijdvak wordt vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.