ECLI:NL:RVS:2005:AT7983
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omzetting voorwaardelijke toevoeging in definitieve toevoeging rechtsbijstand
Appellante verzocht om omzetting van een voorwaardelijke toevoeging in een definitieve toevoeging voor rechtsbijstand bij echtscheiding. Het bureau rechtsbijstandvoorziening weigerde dit omdat haar financiële draagkracht was toegenomen en het in de Wet op de rechtsbijstand genoemde vermogen werd overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellante stelde dat de berekening van haar eigen vermogen onjuist was, met name dat bepaalde schulden, zoals (leen)bijstand en herinrichtingskosten, ten onrechte niet in mindering waren gebracht.
De Raad van State oordeelde dat het bureau en de rechtbank terecht hadden geoordeeld dat het eigen vermogen het toegestane bedrag overschreed. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de herinrichtingskosten noodzakelijk waren. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering om de voorwaardelijke toevoeging om te zetten in een definitieve toevoeging is bevestigd.