ECLI:NL:RVS:2005:AT7986
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. Vlasblom
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering dekschuit zonder vergunning in Amsterdamse wateren
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellante gelast om een dekschuit met opbouw en een vlot binnen drie maanden uit de Amsterdamse wateren te verwijderen wegens het innemen van ligplaats zonder vergunning. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze handhavingsmaatregel, stellende dat de dekschuit als woonboot moet worden aangemerkt en recht geeft op een ligplaatsvergunning.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de dekschuit sinds de peildatum 31 juli 1995 permanent als woonboot heeft gebruikt. Het college heeft terecht gehandhaafd op grond van de Verordening op de haven en het binnenwater 1995, waarin het zonder vergunning innemen van ligplaats met een woonboot of stationerend vaartuig verboden is.
Verder is vastgesteld dat het beleid voortzetting is van een eerdere lijn waarbij alleen bij bijzondere omstandigheden ontheffing wordt verleend, en die omstandigheden zijn niet gebleken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, bevestigend dat de dekschuit zonder vergunning verwijderd moet worden.