ECLI:NL:RVS:2005:AT7991
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. van den Brink
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering urgentieverklaring wegens onjuiste mandaatverlening
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 14 februari 2003 appellante een urgentieverklaring te verstrekken. Hiertegen maakte appellante bezwaar bij de Algemene Bezwaarschriftencommissie, die het bezwaar op 24 juni 2003 ongegrond verklaarde. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit op 27 juli 2004 eveneens ongegrond.
Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of het besluit van de Algemene Bezwaarschriftencommissie namens het college bevoegd was genomen. Zij oordeelde dat de mandaatverlening om op bezwaar te beslissen aan een orgaan buiten de directe invloedsfeer van het college niet is toegestaan, omdat de heroverwegingsbevoegdheid vereist dat de beslissing binnen de directe invloedssfeer van het bestuursorgaan wordt genomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Algemene Bezwaarschriftencommissie, en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van de Algemene Bezwaarschriftencommissie wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.