ECLI:NL:RVS:2005:AT7993
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging last onder dwangsom wegens overtreding milieuwetgeving opslag verontreinigde grond
Bij besluit van 24 november 2003 legde het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Delta Onroerend Goed B.V. een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer en artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming, met een dwangsom van €166.000 per maand tot een maximum van €996.000.
De appellant betwistte de overtredingen en voerde aan dat de grondwal geen inrichting vormt en dat de dwangsom niet proportioneel is. De Afdeling oordeelde dat de opslag van circa 50.000 m3 verontreinigde grond een inrichting is waarvoor een vergunningplicht geldt en dat de overtreding van artikel 8.1 Wm terecht is vastgesteld.
Echter, ten aanzien van de overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming stelde de Afdeling vast dat verweerder onvoldoende feitenkennis had verzameld, waardoor het opleggen van de last onder dwangsom op dat punt niet gegrond was. De Afdeling vernietigde daarom dat deel van het besluit.
Verder oordeelde de Afdeling dat de termijn van zes maanden voor het beëindigen van de opslag redelijk is en dat de hoogte van de dwangsom in verhouding staat tot het geschonden belang. De provincie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit over de last onder dwangsom wegens overtreding van de Wet bodembescherming wordt vernietigd.