ECLI:NL:RVS:2005:AT8007
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsombesluit gebruik pand Oranjestaete te Best wegens onjuiste grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Best legde appellante een last onder dwangsom op om een gedeelte van het pand Oranjestaete te gebruiken overeenkomstig een bouwvergunning uit 2000. Appellante gebruikte echter een deel van het pand voor detailhandel terwijl dit volgens de vergunning voor zakelijke dienstverlening bestemd was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het dwangsombesluit ongegrond. Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dwangsombesluit niet kon worden gebaseerd op artikel 4.14 van de gemeentelijke bouwverordening, omdat deze bepaling ziet op het verbod tot ingebruikneming van een bouwwerk indien niet overeenkomstig de bouwvergunning is gebouwd, en niet op het gebruik van het pand.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het dwangsombesluit van het college. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De overige hoger-beroepsgronden werden niet behandeld vanwege het oordeel over de grondslag van het dwangsombesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het dwangsombesluit vernietigd wegens onjuiste grondslag.