ECLI:NL:RVS:2005:AT8411
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering subsidie ondanks beroep op hardheidsclausule in huursubsidie
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de terugvordering van huursubsidie over de tijdvakken 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 en 1 juli 1997 tot 1 juli 1998 door de Staatssecretaris van Volkshuisvesting. De Staatssecretaris had de toegekende bijdragen nader vastgesteld op lagere bedragen dan aanvankelijk toegekend en het meerdere teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat een bedrag van ƒ 7.728,00 aan nabetaling van achterstallig loon over 1996 buiten beschouwing had moeten worden gelaten op grond van de hardheidsclausule in de Huursubsidiewet. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde dit en verwees de zaak terug. De rechtbank stelde vervolgens het beroep alsnog gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De Raad van State overweegt dat de Staatssecretaris terecht is uitgegaan van het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het hogere inkomen niet in 1996 is genoten. De hardheidsclausule is slechts van toepassing indien het niet toepassen daarvan tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt, hetgeen hier niet is gebleken. De eerdere toepassing van de hardheidsclausule voor het eerdere tijdvak versterkt dit oordeel.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van subsidie bevestigd.