ECLI:NL:RVS:2005:AT8417

Raad van State

Datum uitspraak
23 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200502997/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Brink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet milieubeheer
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake gedoogbesluit berm- en slootmaaisel

Bij besluit van 21 februari 2005 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland bepaald dat het opslaan van berm- en slootmaaisel in de inrichting van RRT Betuwse Groenrecycling B.V. te Neerijnen onder voorwaarden wordt gedoogd tot 1 mei 2005 of totdat een milieuvergunning van kracht wordt.

Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen op 6 april 2005 bij de Raad van State om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 15 juni 2005, waarbij verzoekers en vertegenwoordigers van verweerder aanwezig waren.

De Voorzitter oordeelde dat de gedoogperiode inmiddels was verstreken en dat er daarom geen sprake was van onverwijlde spoed. Gezien dit ontbreken van spoed werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd op 23 juni 2005 in het openbaar uitgesproken door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

200502997/1.
Datum uitspraak: 23 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 21 februari 2005, kenmerk MPM2872, heeft verweerder bepaald dat het opslaan van berm- en slootmaaisel in de door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "RRT Betuwse Groenrecycling B.V." geëxploiteerde inrichting op het perceel 2e Tieflaarsestraat 2 te Neerijnen onder het stellen van voorwaarden zal worden gedoogd tot 1 mei 2005 of zoveel eerder als de hiervoor krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning in werking treedt.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt.
Bij brief van 4 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 juni 2005, waar verzoekers, van wie D.J. Jonkers in persoon, bijgestaan door J. Boer, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. R.J. Rigterink, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan, voorzover hier van belang, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2.    De gedoogperiode waarop het bestreden besluit betrekking heeft is inmiddels verstreken. Gelet hierop oordeelt de Voorzitter dat, reeds wegens het ontbreken van onverwijlde spoed, geen grond bestaat het verzoek toe te wijzen. Hij wijst het verzoek derhalve af.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink    w.g. Van der Zijpp
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2005
262-415.