ECLI:NL:RVS:2005:AT8421

Raad van State

Datum uitspraak
29 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200406506/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit opheffen aansluiting Kerkeindseweg op Milhezerweg voor gemotoriseerd verkeer

Het college van burgemeester en wethouders van Deurne heeft besloten de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg voor gemotoriseerd verkeer op te heffen om de verkeersveiligheid te verbeteren en sluipverkeer te verminderen. Dit besluit is genomen binnen het kader van het beleidsplan 'Duurzaam veilig in de Peel'.

Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het leiden tot een onveilige situatie en een omrijden van circa 800 meter, wat schade zou veroorzaken die het normaal maatschappelijk risico overstijgt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelt dat het college een ruime beoordelingsmarge heeft bij verkeersbesluiten en dat de verkeerssituatie bij de nieuwe aansluiting vergelijkbaar is met de oude. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de omrijafstand leidt tot onevenredige schade. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot opheffing van de aansluiting bevestigd.

Uitspraak

200406506/1.
Datum uitspraak: 29 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 22 juni 2004 in het geding tussen:
appellant
en
het college van burgemeester en wethouders van Deurne.
1.    Procesverloop
Op 12 november 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne (hierna: het college), voorzover thans van belang, besloten de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg te Deurne voor gemotoriseerd verkeer op te heffen.
Bij besluit van 6 mei 2003 heeft het college, voorzover thans van belang, het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 22 juni 2004, verzonden op 28 juni 2004, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank), voorzover thans van belang, het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 augustus 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 6 september 2004. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 19 januari 2005 heeft het college van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 april 2005, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. M.J. Smaling, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door drs. P.C.J. Verheijen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wegenverkeerswet 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van de weggebruikers en passagiers.
2.2.    Het college heeft aan het onderhavige verkeersbesluit ten grondslag gelegd dat het buitengebied van de Walsberg valt binnen de uitwerkingsplannen uit het beleidsplan "Duurzaam veilig in de Peel", dat tot doel heeft om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen, en dat is gebleken dat sluipverkeer op met name de Kerkeindseweg, Voortseweg en Walsbergseweg, de snelheid van het gemotoriseerd verkeerd op met name de Walsbergseweg en Kerkeindseweg en een aantal gevaarlijke kruispunten belangrijke knelpunten zijn in het gebied. Om de veiligheid op de weg te verzekeren, de weggebruikers en passagiers te beschermen en het omrijden voor bestemmingsverkeer zo beperkt mogelijk te houden, is onder meer besloten de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg voor gemotoriseerd verkeer op te heffen.
2.3.     Het college komt bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe. Het is aan het college om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter zal zich bij de beoordeling van zo’n besluit terughoudend moeten opstellen en dienen te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel sprake is van zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit is kunnen komen.
2.4.    Het betoog van appellant dat een verkeersonveilige situatie zal ontstaan doordat hij ten gevolge van het door hem bestreden onderdeel van het verkeersbesluit met zijn landbouwvoertuig vanaf de aansluiting van de Vuchtvenweg de Milhezerweg moet oprijden, faalt. Het college heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het oversteken van de Milhezerweg op die plaats niet onveiliger is dan bij de oude aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg, nu uit de ter zitting getoonde plattegrond en foto's van de betreffende aansluitingen blijkt dat de verkeerssituatie op de aansluiting van de Vuchtvenweg vergelijkbaar is met die op de aansluiting van de Kerkeindseweg.
Het betoog van appellant dat hij ten gevolge van het verkeersbesluit circa 800 meter zal moeten omrijden en daardoor schade zal lijden, welke het normaal maatschappelijk risico overstijgt, zoals volgens appellant kan worden afgeleid uit een door hem bij de rechtbank overgelegde brief van 7 juli 2003, faalt eveneens. Als uitgangspunt heeft te gelden dat het treffen van een verkeersmaatregel als hier aan de orde als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd, waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven. Dat neemt echter niet weg dat zich feiten en/of omstandigheden kunnen voordoen waardoor een individueel belang ten gevolge van een dergelijke maatregel zodanig zwaar wordt getroffen dat het uit die maatregel voortvloeiende nadeel redelijkerwijs niet ten laste van betrokkenen dient te blijven. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het nadeel dat hij ondervindt van de omstandigheid dat hij ten gevolge van het voor gemotoriseerd verkeer opheffen van de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg circa 800 meter vanaf zijn bedrijf moet omrijden om zijn akkerbouwperceel aan de Milhezerweg te bereiken, van dien aard is, dat sprake is van onevenredige, buiten zijn normaal maatschappelijk risico vallende schade. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat het college niet gehouden is appellant compensatie voor dat nadeel te bieden.
2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. W. van den Brink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.
w.g. Vlasblom    w.g. De Leeuw-van Zanten
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2005
97-419.