ECLI:NL:RVS:2005:AT8424
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling ecologische hoofdstructuur in provincie Drenthe
Bij besluit van 3 februari 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe vastgesteld welke gebieden in de provincie deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur (EHS) op grond van de Wet ammoniak en veehouderij. Diverse appellanten hebben tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Raad van State, stellende dat het besluit onrechtmatig was vanwege onder meer onbevoegdheid, onvoldoende motivering en onjuiste beleidsuitvoering.
De Raad van State heeft het primaire besluit en het daarop gebaseerde beleid getoetst aan de wettelijke bepalingen en beleidskaders. De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was het besluit te nemen en dat het beleid omtrent de begrenzing van de EHS, inclusief de gehanteerde criteria voor grensgevallen, niet kennelijk onredelijk was. Tevens is geoordeeld dat de ministeriële toezeggingen niet tot afwijking van het beleid noodzaken.
Verder is vastgesteld dat de bezwaren van appellanten met betrekking tot individuele belangen, subsidie, en de planologische status van gebieden niet tot een ander oordeel leiden. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van de EHS in Drenthe.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van de ecologische hoofdstructuur in Drenthe zijn ongegrond verklaard.