ECLI:NL:RVS:2005:AT8444
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestuursdwang voor te vroeg aanbieden van huishoudelijk afval
Op 6 september 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht bestuursdwang toegepast tegen appellant wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen buiten de toegestane tijden volgens de Afvalstoffenverordening Utrecht 2004. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van de afvalstoffen, waarbij de kosten van € 50 voor rekening van appellant kwamen.
Appellant stelde dat ten onrechte geen begunstigingstermijn was gegeven en dat geen spoedeisend belang was aangetoond. Verweerder verwees naar de beleidsregel handhaving door de reinigingspolitie, waarin spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast zonder begunstigingstermijn vanwege de negatieve gevolgen van te vroeg aangeboden afval, zoals vervuiling en ongedierte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat spoedeisend belang aanwezig was, gelet op het gemeentelijk beleid en mogelijke overlast. Tevens was de beleidsregel als motivering toereikend, omdat appellant geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt om daarvan af te wijken.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuursdwang is ongegrond verklaard.