Uitspraak
200406518/1, waarin uitspraak is gedaan op 22 juni 2005, www.raadvanstate.nl, is aan de Afdeling met betrekking tot het daarin aan de orde zijnde beroep op het gelijkheidsbeginsel dezelfde beslissing voorgelegd, tezamen met gelijkluidende beslissingen aangaande twee andere buurtgenoten. De Afdeling is in die uitspraak tot de slotsom gekomen dat de omstandigheden van de betrokken buurtgenoten, welke tot vertraging in de levering leidden, onderling niet verschillen en dat verweerder bij de daar aan de orde zijnde beslissing op bezwaar niet met de enkele motivering heeft kunnen volstaan dat het gelijkheidsbeginsel niet zo ver gaat dat in het geval van een gemaakte fout het bestuursorgaan verplicht is in andere gevallen in die fout te volharden. De Afdeling heeft vervolgens overwogen dat de beslissing op bezwaar niet berust op een deugdelijke motivering. Niet is gebleken dat de omstandigheden waarin appellant verkeert anders zijn dan die in voornoemde gevallen. Ook in dit geval moet worden geoordeeld dat de beslissing op bezwaar ondeugdelijk is gemotiveerd, zodat dit wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden vernietigd.