ECLI:NL:RVS:2005:AT8737
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieuvergunning composteerinrichting
Bij besluit van 15 maart 2005 heeft de provincie Noord-Holland een milieuvergunning verleend aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een composteerinrichting voor 10.000 ton groenafval per jaar. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tegelijk een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 6 juni 2005. Verzoekers stelden dat de vergunning onder valse voorwendselen was aangevraagd omdat niet volgens de aangevraagde composteermethode A, maar volgens methode B zou worden gecomposteerd. De Voorzitter oordeelde dat dit verweer niet ziet op de rechtmatigheid van de vergunning zelf en dat naleving van voorschriften via andere bestuursmaatregelen kan worden afgedwongen.
Verder maakten verzoekers bezwaar tegen geurhinder vanwege de nabijheid van hun woning binnen 400 meter van de compostering en het toestaan van agrarisch afval. Verweerder baseerde zich op het Branche-onderzoek en geurrapporten van Oranjewoud die een kortere afstand van 300 meter rechtvaardigen. De Voorzitter vond het standpunt van verweerder voorlopig niet onjuist en zag geen reden voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning voor de composteerinrichting wordt afgewezen.