ECLI:NL:RVS:2005:AT8738
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieubelasting vergunning metaalbewerkingsbedrijf
Op 21 maart 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Reeuwijk een vergunning aan een bedrijf voor metaalbewerking en montage op een locatie te Reeuwijk. Verzoekers stelden dat dit bedrijf en een ander bedrijf als één inrichting moeten worden beschouwd vanwege gedeeld terrein en inrit, en voerden diverse bezwaren aan tegen de vergunning, waaronder onvolledige plattegronden en onjuiste akoestische rapportages.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bedrijven geen zodanige technische, organisatorische en functionele binding vertonen om als één inrichting te gelden. Ook was er geen sprake van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt, aangezien de geluidgrenswaarden en de geluidbelasting niet zodanig zijn dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
Verder werd geoordeeld dat de geluidgrenswaarden conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 zijn vastgesteld en dat er geen aanleiding was om aanvullende beperkingen op te leggen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning voor het metaalbewerkingsbedrijf wordt afgewezen.