ECLI:NL:RVS:2005:AT8739
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing omgevingsvergunning poedercoaten wegens ondeugdelijke motivering
Bij besluit van 21 maart 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Reeuwijk een vergunning aan vergunninghoudster voor het oprichten en exploiteren van een bedrijf voor het poedercoaten van metalen werkstukken op een locatie te Reeuwijk. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.
De kern van het geschil betrof de toerekening van activiteiten op het buitenterrein van vergunninghoudster, die door een naastgelegen bedrijf, [partij], werden verricht. Verzoekers stelden dat deze activiteiten ten onrechte niet aan het poedercoatbedrijf waren toegerekend. De Voorzitter stelde vast dat het buitenterrein formeel tot het bedrijf van vergunninghoudster behoort, terwijl de activiteiten van [partij] daar plaatsvinden, waaronder het laden en lossen met een heftruck.
De Voorzitter oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en de motivering van het besluit ondeugdelijk was, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit geschorst bij wijze van voorlopige voorziening en werd de gemeente verplicht het betaalde griffierecht aan verzoekers te vergoeden.
Deze uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure. De zaak betreft een belangrijke toetsing van de toerekening van activiteiten aan een bedrijfsterrein in het kader van milieurechtelijke vergunningverlening.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening is geschorst wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende onderzoek.