ECLI:NL:RVS:2005:AT8740
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap op grond van artikel 10 Rijkswet
Appellante verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie afgewezen omdat het Nederlands economisch belang dit niet vereiste. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
Appellante voerde aan dat haar werkzaamheden bij High-Spec Europe B.V., dat een groot deel van de Nederlandse fietsframebehoefte voorziet, een bijzonder geval vormen dat rechtvaardigt dat zij het Nederlanderschap krijgt toegekend op grond van artikel 10 van Pro de Rijkswet. Tevens stelde zij dat de minister onterecht bewijs van haar belang had verlangd en dat er tegenstrijdigheden waren in de stukken van de Minister van Economische Zaken.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende beoordelingsruimte heeft en dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat sprake is van een bijzonder geval. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het ontbreken van voldoende bewijs betekent dat het besluit van de minister niet onredelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot naturalisatie bevestigd.