Uitspraak
200407370/1, overweegt de Afdeling dat in die procedure, anders dan in de onderhavige, de vraag centraal stond of de lange duur voordat op 3 juni 2004 tot het indienen van een definitieve vergunningaanvraag is overgegaan grotendeels aan verweerder kon worden toegerekend. De voorliggende zaak wijkt eveneens in zoverre af van die waarop de genoemde uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2005 betrekking heeft, dat in die zaak voornoemde aanvraag van 3 juni 2004 ten tijde van het nemen van het destijds bestreden besluit nog niet buiten behandeling was gelaten en de termijn voor het verstrekken van aanvullende gegevens nog niet was verstreken. Appellante heeft de onvolledigheid van haar aanvraag op zich niet bestreden. Ook overigens is niet gebleken van feiten en/of omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het niet voorhanden zijn van een ontvankelijke aanvraag ten tijde van het nemen van het bestreden besluit (grotendeels) aan verweerder kan worden toegerekend.