Uitspraak
200201371/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat, gezien de aanvraag die deel uitmaakt van de vergunning, in de inrichting 69 parkeerplaatsen ter beschikking moeten zijn. Voornoemde aanvraag ligt ook aan het onderhavige besluit ten grondslag. De Afdeling ziet thans geen aanleiding voor een ander oordeel. Verder is gebleken dat de parkeerplaatsen binnen de onderhavige inrichting uitsluitend zijn bedoeld voor bezoekers van de inrichting. Gelet op het vorenstaande en hetgeen overigens is gebleken ziet de Afdeling in hetgeen appellanten hebben betoogd geen aanleiding voor vernietiging van het bestreden besluit.
200201371/1, geoordeeld. Uit de stukken is gebleken dat zich sinds deze eerdere uitspraak geen veranderingen in de situatie hebben voorgedaan. De Afdeling komt daarom onder verwijzing naar de overwegingen in voornoemde uitspraak tot het oordeel dat het bezwaar van appellanten sub 1 in zoverre geen doel treft. Verder overweegt de Afdeling dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt noch anderszins is gebleken dat het Purmerbos als object voor dagrecreatie, en derhalve als stankgevoelig object, moet worden aangemerkt. Verweerder heeft het Purmerbos bij de beoordeling van stankhinder derhalve terecht buiten beschouwing gelaten.
200201371/1, een oordeel heeft gevormd over hetgeen partijen hieromtrent hebben aangevoerd. De Afdeling stelt vast dat de onderhavige situatie wat betreft deze aspecten gelijk is aan die in voornoemde procedure. Gelet daarop komt de Afdeling onder verwijzing naar de overwegingen in voornoemde uitspraak tot het oordeel dat de bezwaren van appellanten geen doel treffen.