ECLI:NL:RVS:2005:AT9259
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor onttrekking woonruimte met compensatieplicht in Zeist
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist verleende appellante een vergunning om het pand Bergweg 39 geheel aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, onder de voorwaarde van een financiële compensatie van €351 per vierkante meter.
Appellante voerde aan dat het pand reeds aan de woonruimtevoorraad was onttrokken en dat compensatie onrechtvaardig was, mede vanwege een dubbele bestemming kantoor/wonen en eerdere vergunningen zonder compensatie. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat het pand feitelijk als woonruimte werd gebruikt en compensatie gerechtvaardigd was.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad zwaarder heeft gewogen dan het belang van appellante, en dat de compensatieplicht terecht is opgelegd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie in 1975 niet vergelijkbaar is met de huidige.
Verder werd geoordeeld dat het college terecht is uitgegaan van de door appellante opgegeven oppervlakte voor de compensatie, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning met compensatieplicht wordt bevestigd.