Uitspraak
200405871/1komt de staatssecretaris, gelet op de tekst van artikel 28, eerste lid, van de Arbowet 1998 en in het bijzonder de woorden "naar zijn redelijk oordeel", bij de beoordeling van de vraag of de werkzaamheden ernstig gevaar opleveren voor personen een ruime beoordelingsvrijheid toe. De invulling daarvan behoort primair tot de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris. De rechtbank heeft terecht overwogen dat zij het oordeel van de staatssecretaris dat de werkzaamheden waarom het in dit geding gaat, uitgevoerd op de beoogde wijze, ernstig gevaar opleveren, terughoudend dient te toetsen. Indien dat oordeel zodanige toetsing kan doorstaan, is de staatssecretaris bevoegd om een bevel als bedoeld in voormeld artikellid te geven. Bij het bestaan van ernstig gevaar zal, naar ter zitting door de staatssecretaris is bevestigd, tot stillegging van de werkzaamheden worden en naar het oordeel van de Afdeling ook mogen worden overgegaan.