ECLI:NL:RVS:2005:AT9647
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake handhaving geluidhinder en opslagactiviteiten
Verzoeker heeft bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 2 mei 2005. Dit besluit betrof de intrekking van eerdere besluiten en een gedeeltelijke toewijzing en afwijzing van een handhavingsverzoek met betrekking tot diverse activiteiten op het terrein van een inrichting op een perceel te een plaats.
De Voorzitter behandelde het verzoek op zitting op 1 juli 2005, waarbij partijen en een belanghebbende werden gehoord. Verzoeker stelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege onvoldoende handhaving tegen geluidhinder en het ontbreken van een last onder dwangsom na intrekking van een besluit betreffende opslag van materialen.
De Voorzitter stelde vast dat handhavend werd opgetreden tegen geluidhinder door het opleggen van lasten onder dwangsom en dat deze ook de opslagactiviteiten omvatten. Verzoeker had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze maatregelen niet effectief waren. Tevens werd geoordeeld dat de discussie over de grondslag van de lasten onder dwangsom in de bodemprocedure aan de orde moest komen.
Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 13 juli 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.