ECLI:NL:RVS:2005:AT9655
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing grondwater wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Het dagelijks bestuur van het waterschap Fryslân verleende op 9 december 2004 een vergunning aan het college van burgemeester en wethouders van Boarnsterhim voor het lozen van grondwater op oppervlaktewater. Dit besluit werd op 17 december 2004 ter inzage gelegd. Appellanten maakten hiertegen bezwaar en stelden beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure berichtte het waterschap op 22 juni 2005 dat het besluit zou worden ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit, omdat het beter was de procedure opnieuw te doorlopen. De Raad van State oordeelde dat het oorspronkelijke besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid, omdat het standpunt van het waterschap was gewijzigd zonder dat er gewijzigde omstandigheden waren die dit rechtvaardigden.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd het waterschap veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellanten. De uitspraak werd op 20 juli 2005 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor lozing van grondwater wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en het waterschap wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.