ECLI:NL:RVS:2005:AT9682
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. Cleton
- M.F.N. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Harlingen-Ludinga
De gemeenteraad van Harlingen stelde op 16 juni 2004 het bestemmingsplan Harlingen-Ludinga vast, dat onder meer woningbouw aan de zuidoostzijde van de stad mogelijk maakt. Verzoeker stelde beroep in tegen de goedkeuring van het noordelijke plandeel met de globale bestemming 'Woondoeleinden' en verzocht om een voorlopige voorziening om onomkeerbare ontwikkelingen te voorkomen.
Verzoeker betoogde onder meer dat zienswijzen niet ter inzage lagen voor raadsleden, de samenvatting van zienswijzen onvolledig was, en dat het globale plan zonder faseringsregeling onduidelijkheid en onzekerheid voor omwonenden creëert. Tevens vreesde hij aantasting van zijn woon- en leefklimaat door nabijheid van nieuwe bebouwing en verkeershinder.
De Voorzitter oordeelde dat de raadsleden voldoende kennis hadden kunnen nemen van de zienswijzen en dat het samenvatten van bezwaren niet onrechtmatig was. Het ontbreken van een faseringsregeling is geen verplichting en eventuele hinder valt onder de planuitvoering waartegen het gemeentebestuur kan optreden. De afstand van ruim 60 meter tussen verzoekers woning en nieuwbouw biedt voldoende bescherming. De globale bestemming is rechtszeker en bindende inrichtingsschetsen ontbreken, maar dit is toegestaan.
De Voorzitter verwachtte niet dat de bodemrechter het plan onrechtmatig zal achten of dat de handelwijze van het gemeentebestuur onzorgvuldig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Harlingen-Ludinga wordt afgewezen.