ECLI:NL:RVS:2005:AT9684
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening op vergunning voor mosselzaadexperiment in Waddenzee
Op 5 juli 2004 verleende de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek een vergunning voor vier jaar voor proeven met mosselzaadcollectoren in de Waddenzee. De Coöperatieve Producenten Organisatie Visserijbelangen Wieringen maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna de minister het bezwaar op 5 april 2005 afwees. Hiertegen stelde CPO beroep in bij de Raad van State.
Verzoekster vroeg vervolgens op 27 juni 2005 om een voorlopige voorziening om de opschortende werking van het beroep op te heffen, omdat het mosselseizoen anders verloren zou gaan. CPO voerde aan dat het experiment nadelige gevolgen zou hebben voor visgronden en natuurwaarden.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het experiment past binnen het beleidskader en dat de minister een passende beoordeling had uitgevoerd conform de Habitatrichtlijn. Er was geen wetenschappelijke twijfel over schadelijke effecten. Niet-ecologische bezwaren van CPO waren niet relevant voor de vergunningverlening. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de opschortende werking opgeheven, zodat het experiment kon starten.
Uitkomst: De opschortende werking van het beroep tegen de vergunningverlening is opgeheven, waardoor het mosselzaadexperiment kan starten.