ECLI:NL:RVS:2005:AT9717
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing handhaving illegale bouwwerken en gebruik composteerinrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad wees het verzoek van appellanten om handhavend op te treden tegen het bedrijf Top Compost B.V. af. Appellanten stelden dat het gebruik van het perceel aan de Platinastraat 26 als composteerinrichting niet door de verleende vrijstelling werd gedekt en dat ook de benodigde bouwwerken illegaal waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had miskend dat het vrijstellingsbesluit wel degelijk betrekking had op composteeractiviteiten en dat het composteren van agrarisch afval als be- en verwerking van handelsgoederen kon worden aangemerkt. Wel stelde de Afdeling vast dat het college het handhavingsverzoek te beperkt had geïnterpreteerd door niet te onderzoeken of de bouwwerken in strijd met de Woningwet waren gebouwd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en uitspraak vernietigd, en het college opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.