ECLI:NL:RVS:2005:AU0114
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake milieubeheer vergunning IGAT B.V.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 juli 2005 uitspraak gedaan over een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door Derde Merwedehaven B.V. tegen een revisievergunning verleend aan IGAT B.V. voor een inrichting aan de Eemhavenweg te Rotterdam. De vergunning bevatte diverse voorschriften met betrekking tot de opslag en het vervoer van afvalstoffen en grondstoffen.
Verzoekster kon zich niet verenigen met meerdere voorschriften, waaronder die over het beladen en afdekken van vrachtauto's (voorschriften 5.10 en 5.13), het staken van activiteiten bij hoge windsnelheden (voorschrift 5.12) en de plaatsing van keerwanden (voorschrift 5.16). De Voorzitter oordeelde dat het bestreden besluit op deze punten binnen de reikwijdte van de Wet milieubeheer viel en dat verweerder de voorschriften redelijk had gemotiveerd, mede op basis van de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht.
De Voorzitter zag geen spoedeisend belang om de voorlopige voorziening toe te wijzen, mede omdat controle plaatsvindt bij aankomst en vertrek van de inrichting. Ook was onvoldoende gebleken dat de voorschriften onredelijk of onrechtmatig waren. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. De zaak betreft de afweging van milieubeschermende voorschriften en de reikwijdte van vergunningverlening krachtens de Wet milieubeheer.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieubeheer vergunningvoorschriften is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en redelijke motivering.