Uitspraak
200203803/1is het college, mede gelet op artikel 8:31 van Pro de Awb, veroordeeld in de door appellant ten behoeve van het bijwonen van de zitting van 26 april 2005 gemaakte reis- en verletkosten, omdat de voortzetting van de behandeling ter zitting van 6 juni 2005 het gevolg is geweest van de schending van de op het college rustende wettelijke plicht om gevolg te geven aan de oproeping om in persoon of bij gemachtigde op de zitting van 26 april 2005 te verschijnen. Nu die zaak met onderhavige zaak op dezelfde zitting is behandeld, bestaat in zoverre geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.