ECLI:NL:RVS:2005:AU0127
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning terras aan overzijde Looiersgracht te Amsterdam
Appellanten hebben bij besluiten van maart 2002 vergunning gekregen voor exploitatie van een alcoholverstrekkend bedrijf met een tijdelijk ongebouwd terras aan de gevelzijde van hun horecalocatie in Amsterdam, maar werd een terras aan de overzijde van de weg geweigerd. De burgemeester verklaarde het bezwaar tegen deze weigering ongegrond. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van de weigering in stand. Appellanten stelden dat de verkeersveiligheid en belangen van de openbare ruimte geen belemmering vormden voor het terras aan de overzijde.
De Raad van State oordeelde dat door gemeentelijke herprofilering de ruimte aan de overzijde ongeschikt is geworden voor een terras. Foto's toonden dat het terras afbreuk doet aan de functie van de openbare ruimte als voetgangersopgang naar de brug over de Looiersgracht. Het beleid is terughoudend bij terrassen aan de overzijde vanwege verkeersveiligheid en andere publieke belangen. De Raad vond dat de burgemeester de vergunning in redelijkheid kon weigeren. Het feit dat eerder op een andere locatie aan de overzijde een terras was toegestaan, rechtvaardigt geen nieuwe vergunning op de huidige locatie.
De Raad bevestigde dat de rechtbank de rechtsgevolgen van de weigering terecht in stand liet en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de terrasvergunning aan de overzijde wordt bevestigd.