ECLI:NL:RVS:2005:AU0131
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtens beschermd belang bij verzoek heroverweging
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek om heroverweging van een besluit van 28 maart 2003. De minister heeft bij besluit van 4 maart 2004 het bezwaar gegrond verklaard en toegezegd binnen twee weken te beslissen. Vervolgens wees de minister het verzoek om heroverweging af bij besluit van 8 maart 2004.
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van 4 maart 2004, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtens beschermd belang, aangezien met de besluiten van 4 en 8 maart 2004 aan zijn wens tot een beslissing was voldaan. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.