ECLI:NL:RVS:2005:AU0134
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verzoek inlevering paspoort wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit
Appellante werd door de burgemeester van Groningen verzocht haar Nederlandse paspoort in te leveren omdat zij niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt. Het college van burgemeester en wethouders herinnerde haar hieraan in een brief van 2 februari 2004 en verzocht alsnog te voldoen aan dit verzoek. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de brief van het college wel een besluit was en dat zij ten onrechte niet is gehoord. De Raad van State oordeelde dat de brief van 2 februari 2004 slechts een herinnering en nadere motivering was van het eerdere verzoek van de burgemeester van 8 december 2003, dat wel als besluit kon worden aangemerkt. De brief bracht geen nieuwe rechtsgevolgen mee en het college was niet bevoegd om te besluiten tot opname in het paspoortsignaleringenregister.
De Raad van State verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het hoger beroep ongegrond.