Uitspraak
200400831/1, blijkt dat de emissie van koolwaterstoffen en geur geen ontoelaatbare schade en hinder ten gevolge zal hebben indien de vergunningvoorschriften, waaronder een schoorsteenverhoging, worden nageleefd. De Voorzitter overweegt dat noch uit hetgeen verzoekers sub 1 hebben aangevoerd, noch anderszins gebleken is dat de onderhavige inrichting bij het naleven van de betreffende vergunningvoorschriften ontoelaatbare hinder en gezondheidsschade zal veroorzaken. Het verzoek kan in zoverre derhalve geen doel treffen.