ECLI:NL:RVS:2005:AU0400
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- T.L.J. Drouen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-voortzetting intrekkingsprocedure vergunning opslag consumentenvuurwerk
Verzoekster, Mercurius B.V., heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland om de intrekkingsprocedure van haar vergunning voor opslag van consumentenvuurwerk niet voort te zetten. De vergunning was verleend op 17 december 1993 en betrof opslag aan de Raasdorperweg 74D te Lijnden.
Verzoekster vordert een voorlopige voorziening om te voorkomen dat een onomkeerbare situatie ontstaat, omdat zij aanzienlijke investeringen moet doen om te voldoen aan het gewijzigde Vuurwerkbesluit. De Voorzitter heeft het verzoek behandeld op 19 juli 2005, waarbij partijen zijn gehoord.
De Voorzitter oordeelt dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Gezien het overgangsrecht is het oude recht van toepassing. Verzoekster stelt dat het besluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of dat de beslistermijn is overschreden.
De Voorzitter concludeert dat geen spoedeisend belang aanwezig is om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat verzoekster reeds investeringen heeft gedaan om aan het gewijzigde Vuurwerkbesluit te voldoen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.