ECLI:NL:RVS:2005:AU0402
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift opslag afvalstoffen hoveniersbedrijf wegens bevoegdheidsconflict
Bij besluit van 24 augustus 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp een revisievergunning aan een hoveniersbedrijf voor opslag van schoon puin en snoeiafval. Appellant stelde dat de vergunning onjuist was verleend omdat de opslagcapaciteit de drempelwaarde van 50 m3 bereikte, waardoor gedeputeerde staten bevoegd gezag zouden moeten zijn in plaats van de gemeente. De Afdeling stelde vast dat de vergunning een opslagcapaciteit van maximaal 50 m3 toestond, gelijk aan de drempelwaarde, en dat verweerder nagelaten had een lagere opslagcapaciteit vast te stellen. Hierdoor was het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel genomen.
Daarnaast voerde appellant aan dat de vergunning niet gecoördineerd was met een aanvraag op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, maar dit werd door verweerder terecht betwist omdat geen bedrijfsafvalwater werd geloosd op oppervlaktewater. Ook werd het geluidbeleid van de vergunninghouder aangevochten, maar de Afdeling oordeelde dat de gemeente de geluidgrenswaarden redelijk had vastgesteld volgens de Handreiking industrielawaai.
De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde het voorschrift over de opslagcapaciteit en stelde een nieuw voorschrift vast dat de opslag beperkt tot maximaal 49 m3 bedrijfsafvalstoffen afkomstig van eigen activiteiten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het voorschrift over opslagcapaciteit in de revisievergunning is vernietigd en aangepast tot maximaal 49 m3 opslag van eigen bedrijfsafvalstoffen.